50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


06/23/2021
3
0
0:00 sec
Yes
Test 3      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.naar huis gaan a casa  
2.Wat is hij groot!¡ grande está!  
3.de / het eerste primero / La primera  
4.Goed, ik neem de kamer.De acuerdo, cogeré la .  
5.Je moet onze koffer inpakken!¡(Tú) tienes que hacer nuestra !  
6.Vandaag draait er een goede film.Ponen una buena película .  
7.Wanneer bent u geboren?¿Cuándo usted?  
8.wij zijn op pagina vijf / wij zijn op bladzijde vijfEstamos en la 5  
9.naar achteren atrás  
10.Ik heb een takeldienst nodig.Necesito grúa.  
11.Eet je ook graag paprika?¿Te también comer pimientos?  
12.Hoeveel kost het naar de luchthaven?¿ vale ir hasta el aeropuerto?  
13.iemand / de een of ander / wie dan ook  
14.de krant lezenLeer el  
15.De vijfde dag is vrijdag.El quinto día el viernes.