50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


10/29/2020
34
0
0:00 sec
Yes
Test 34      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.Wanneer zijn we bij de grens?¿Cuándo llegamos a la ?  
2.5 [vijf]5 [ ]  
3.Hoe lang bent u al ziek?¿Cuánto tiempo lleva ?  
4.Het is kwart over drie.Son tres y cuarto.  
5.Wanneer begint de voorstelling?¿Cuándo comienza la ?  
6.Kunt u mij kleine biljetten geven?Déme billetes pequeños, por .  
7.ik drink liever koffiePrefiero el / Me gusta más el café  
8.Waar zijn de batterijen?¿Dónde están las / baterías?  
9.Ik wil een krant kopen.Quiero un periódico.  
10.Ik heb een bureau en een plank nodig.(Yo) necesito un escritorio y estantería.  
11.de Duitse geschiedenisLa de Alemania  
12.Daar is een restaurant.Ahí un restaurante.  
13.zich goed voelenEstar / Sentirse bien  
14.niet zeldenNo veces  
15.Waar zijn de pinguïns?¿ están los pingüinos?