50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


09/29/2020
80
0
0:00 sec
Yes
Test 80      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.met de bus gaan in autobus  
2.Ik wil graag een glas rode wijn.Vorrei un bicchiere di vino .  
3.Rookt u? fuma?  
4.De vrouw houdt van sinaasappel- en grapefruitsap.Alla donna piacciono la spremuta d’arancia e il succo di .  
5.Ik vind dat vreselijk.Lo trovo .  
6.Wij willen graag lunchen. pranzare.  
7.Ik maak de badkamer schoon.Io pulisco il .  
8.Waar zijn de glazen? sono i bicchieri?  
9.Ik wil graag een voorgerecht.Vorrei un .  
10.Waar zijn de leeuwen?Dove sono i ?  
11.een reis maken / op reis gaanfare / intraprendere un  
12.van het begin tot het einddal alla fine  
13.57 [zevenenvijftig]57 [ ]  
14.Heb jij een nieuwe keuken?Hai nuova cucina?  
15.oktober, november en december.ottobre, e dicembre.