50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


07/08/2020
82
0
0:00 sec
Yes
Test 82      |
|
Ga naar toets:

0/15

Klik op een woord!
1.U moet even wachten. / U zult moeten wachten.Tem que .  
2.nogmaals / nog een keernovamente / de  
3.Er zijn te vele werklozen in dit land. país há demasiados desempregados.  
4.Kunt u me naar dit adres brengen?Leve-me a esta / endereço.  
5.Ik denk dat dat mijn plaats is.Eu que este é o meu lugar.  
6.De hoofdsteden zijn groot en lawaaierig.As capitais grandes e barulhentas.  
7.Kunt u mij dat op de kaart aanwijzen? favor, mostre-me isso no mapa (onde é que fica).  
8.op weg gaan a caminho  
9.in het gebergte montanhas  
10.posten / op de post doenlevar correio  
11.de dokter halenmandar / (Bras.:) buscar o médico  
12.met 7-5 winnenganhar a cinco  
13.Hoe zwaar is dat pakket?Quanto é que a encomenda?  
14.De vijfde maand is mei.O mês é maio.  
15.de moedera